zaterdag
16 juni 2007

Kunst
Van onze redacteur
Om de vijf jaar voltrekt zich in Kassel een klein wonder. Een provinciestad van
tweehonderdduizend inwoners, met een hoge werkloosheid en zonder opvallende
architectuur of historische monumenten, wordt een zomer lang het centrum van de
internationale kunstwereld.
De stad dankt dit aan Arnold Bode, de conservator die in 1955 de eerste
Documenta in Kassel organiseerde. Het was meteen het eerste grote overzicht van
moderne kunst in Duitsland na de Tweede Wereldoorlog. Het land had op dat gebied
een achterstand in te halen. Tijdens de nazi-periode was moderne kunst een
mikpunt van spot en vervolging geweest.
Het concept van Arnold Bode was idealistisch. In de verste verte kan hij niet
vermoed hebben dat uit zijn tentoonstelling het reusachtige evenement zou
groeien dat Documenta vandaag is. Het vijfjaarlijkse overzicht van actuele kunst
werd een toeristische troef van eerste orde en een godsgeschenk voor de
marketing van de stad.
Toch gaat het in Kassel nog altijd in de
eerste plaats om de kunst. Daardoor onderscheidt Documenta zich gunstig van de
meeste andere biënnales en kunstbeurzen. Nergens anders worden zoveel mensen en
middelen ingezet voor één tentoonstelling. De twaalfde editie had een budget
van 23 miljoen euro en er werd meer dan drie jaar aan gewerkt.
Documenta is geen democratie, maar een verlichte dictatuur. Elke editie krijgt
een arstistiek directeur die soeverein beslist over de samenstelling van de
tentoonstelling. Het succes staat of valt met de visie van deze curator.
Befaamde kunstpausen zoals Harald Szeemann, Jan Hoet en Rudi Fuchs deelden hier
ooit de lakens uit. De vraag was of de relatief onbekende Roger Buergel dit jaar
in hun sporen zou kunnen treden. Buergel is een erudiete maar goedlachse
veertiger, die altijd samenwerkt met zijn levensgezellin Ruth Noack. Ook deze
Documenta pakten zij samen aan. Het paar maakte voordien vooral kleinere
tentoonstellingen die uitgesproken politiek van signatuur waren. Buergel gelooft
immers dat kunst een instrument van bewustmaking en verandering in de
samenleving kan zijn.
Naar goede Kasselse gewoonte had Buergel zijn plannen in een waas van
geheimzinnigheid gehuld. Zijn uiteenzettingen waren vaag, maar klonken
veelbelovend. Documenta zou opnieuw voor schoonheid kiezen en zou vooral laten
zien hoe de vormen in de geglobaliseerde wereld migreren van de ene cultuur naar
de andere.
'Mooi' is de tentoonstelling in vele opzichten geworden. De presentatie is
geraffineerd en op en top museaal, met strak geordende ensembles in opzichtig
gekleurde zalen. Zalmrood, purper, hemelsblauw: zo hebben we de ruimte in de
hedendaagse kunst in geen jaren meer gezien.
Het streven naar esthetiek zit ook in de werken zelf. De performances en de
installaties van de choreografe Trisha Brown bijvoorbeeld, die een centrale
plaats kreeg op deze Documenta, draaien rond niets anders. De stalen buizen die
de Braziliaanse kunstenares Iole De Freitas in een uitbarsting van vitale
energie door de ruimte laat golven, vormen een constructie van een zelden
geziene pracht. Schoonheid, zo lijkt het wel, is back in business.
Daarnaast is ook de politieke invalshoek van Buergel onmiskenbaar. Het
opvallendste werk in dat verband is de bijdrage van de Spaanse kunstenaar Inigo
Manglano-Ovalle. Die maakte een replica van de pantserwagen die volgens de
Amerikanen in Irak gebruikt werd als mobiel laboratorium voor biologische
oorlogsvoering. De presentatie van deze truck in de Documenta-Halle maakt de
dreiging bijna tastbaar.
Maar zo agressief hoeft het niet altijd te zijn. De Nigeriaanse fotograaf George
Osodi toont zonder commentaar een reeks verbluffende foto's van de armoede in
zijn land, dat nochtans over grote petroleumvoorraden beschikt. De Amerikaanse
schilder Kerry James Marshall eist met virtuoze composities een plaats op voor
de zwarten in de 'hoge' kunst.
Homoprostituees
Zoals steeds kun je je afvragen waarom die of gene kunstenaar gekozen werd, en
anderen niet. Opvallend veel deelnemers van deze Documenta zijn niet meer van de
jongsten. Een overzicht van de beste opkomende kunst van vandaag is het beslist
niet geworden. Buergel plaatst veeleer enkele nieuwe accenten in de recente
kunstgeschiedenis en vraagt aandacht voor figuren die volgens hem onderbelicht
bleven.
Die aanpak is verdedigbaar, maar daardoor zit er ook geen echte lijn in de
tentoonstelling. De meest uiteenlopende werken staan en hangen pal naast elkaar.
De vorige Documenta maakte, door de overweldigende aanwezigheid van kunstenaars
uit de Derde Wereld, een duidelijke keuze. De huidige editie eet van alle
walletjes. In de ene zaal vertellen homoprostitués hun verhaal, in de andere
klinkt atonale muziek. Maar in haar geheel mist de tentoonstelling die enkele
topwerken die de bakens verzetten.
Tijdens de voorbereiding had Buergel aangekondigd dat de bekende Spaanse kok
Ferran Adria van het restaurant El Bulli naar Documenta zou komen. Liters inkt
werden over dit voornemen vergoten. Op de opening zei Buergel doodleuk dat de
kok in Rosas zal blijven. Elke dag zal daar wel een tafel voor
Documentabezoekers gereserveerd worden.
En wie mag daar bij wijze van kunstwerk gaan smullen? Dat bepaalt uiteraard de
artistiek directeur zelf. 'Wie ernaar vraagt, zeker niet', zei Buergel met zijn
charmantste glimlach.
Documenta loopt tot 23 september.